Bestel het boekje Hoopgevers
Kleine daden van goedheid vormen samen een spoor van hoop in deze wereld. Dit spoor is onuitwisbaar en van alle tijden. Van elke kleine daad van elk mens gaat grote kracht uit. Mensen geven op talloze manieren een gezicht aan Gods liefde. Zij zijn hoopgevers.
In dit boekje komen er twintig aan het woord. Veelal doen ze onzichtbaar hun werk, sommigen treden meer op de voorgrond. Ze hebben allemaal iets gemeenschappelijks: wie klaarstaat voor een ander biedt niet alleen hulp, maar ook hoop. Met die uitgestoken hand laat je de ander ervaren: je bent van waarde!
De verhalen sluiten aan bij trends van de afgelopen dertig jaar in kerk en samenleving. Carla van der Vlist, mede-initiatiefnemer van SchuldHulpMaatje, schetst er een aantal in dit boekje. Ze put daarbij uit de ervaringen die ze heeft opgedaan sinds ze in 1995 betrokken raakte bij het kloppend hart van de kerk en deelgenoot werd van hoopvolle initiatieven. Haar eerste ontmoeting met een hoopgever maakte diepe indruk.
Het boekje Hoopgevers biedt meer dan alleen verhalen van nu. Het verhaal van Zacheüs uit de Bijbel herbergt een grote rijkdom aan inzichten hoe je in deze tijd een hoopgever kunt zijn en wat daarvoor nodig is. Aan het einde van elk hoofdstuk vind je daarom een uitwerking van een vers van dat verhaal. Om (samen) bij stil te staan, van te leren en je te laten inspireren.
SchuldHulpMaatje en HipHelpt geloven dat het belangrijk is dat de beweging van hoopgevers groeit. En dat gebeurt overal om ons heen: doordat steeds meer vrijwilligers zich inzetten voor hun naasten, of dat nu gaat om mensen in geldnood of zonder netwerk of om andere situaties van nood en onrecht en via welke kerk of organisatie ze dat ook doen. Met dit boekje willen we deze hoopvolle beweging een boost geven én iedere hoopgever een hart onder de riem steken. Je doet het niet alleen!
“Het groeiende goede in de wereld is deels afhankelijk van daden die niet in de geschiedenisboeken staan beschreven; en dat dingen niet zo slecht gaan met jou en mij als ze hadden kunnen zijn, is voor de helft te danken aan dat deel van de mensheid dat trouw een onzichtbaar leven leidde en rust in onbezochte graven.”
Uit het boek Middlemarch (1872) van de Britse schrijfster George Eliot.