In de schulden komen, dat kan iedereen gebeuren. Dat weet Dulcera Juliana uit de Bijlmer inmiddels uit ervaring. Ze kwam door de schuldsanering heen, dankzij haar zuinige levensstijl én hulp van vrienden en de kerk. Nu helpt ze andere mensen, bijvoorbeeld met de Potjescheck.
“Ik heb moeilijke jaren achter de rug en nog steeds gaat het met vallen en opstaan. Soms zijn er momenten dat je iets moet terugbetalen of dat er een rekening van de gemeentebelastingen komt, en dan heb je net geen geld. Ik ben 60 jaar en ik heb vier kinderen. De oudste is 40, de jongste 20. De twee oudsten zijn het huis al uit. Ik ben weduwe, mijn man is twee jaar geleden overleden nadat hij lange tijd ziek was geweest.
De ellende begon in 2014. Ik had een kinderdagverblijf en een naschoolse opvang. Alles liep goed, ik had medewerkers in dienst en eigenlijk was ik van plan om uit te breiden. Maar in dat jaar merkte ik dat er iets niet klopte. Steeds meer ouders raakten hun baan kwijt en haalden hun kinderen van de opvang af. Sommige ouders moesten grote bedragen terugbetalen aan de Belastingdienst. Pas later werd duidelijk dat dit te maken had met de Toeslagenaffaire, indirect ben ik daar slachtoffer van geworden.”
Failliet
“Ondertussen moest ik wél de vaste lasten betalen en de salarissen van de medewerkers die ik in dienst had. Daardoor kon niet iedereen in dienst blijven. In 2014 kreeg ik een telefoontje: ‘U bent failliet verklaard.’ Mijn laatste centen heb ik gebruikt om mijn laatste medewerker te betalen. Daarna kon ze gelukkig terecht bij het UWV voor een uitkering. De zes kinderen die nog wel naar mijn opvang kwamen, gingen vanaf dat moment naar een ander kinderdagverblijf. Ik had afspraken hierover gemaakt met dat kinderdagverblijf omdat ze nieuwe kinderen kregen dankzij mij, maar de eigenaresse heeft mij helaas nooit betaald.”
Koelkast leeg
“Het faillissement kwam tegelijk met de diagnose ‘kanker’ van mijn man. Ik was radeloos. Ik had geen inkomen. Het eerste halfjaar wilde niemand mij helpen. Ik was toch ondernemer geweest? Dan had ik maar reserves moeten opbouwen, kreeg ik steeds te horen. Ik kreeg dus geen uitkering. Ik kon ook niet gaan werken, want ik had een zieke man thuis. Naar de voedselbank wilde ik niet gaan. Achteraf gezien had ik dat wel moeten doen. Ik had alleen maar stress en verdriet.
Op een dag was de koelkast leeg. Ik keek door het raam en bad: ‘God, als u voor de vogels kunt zorgen, kunt u ook voor mij zorgen.’ Kort daarna kreeg ik zomaar geld van iemand. Ik ben meteen naar de winkel gegaan om boodschappen te doen. Dat moment gaf mij kracht.
Uitkering
Mijn man kon nog wat klusjes doen, ik vond vrijwilligerswerk waarvoor ik een vergoeding kreeg. Met dat geld en met de kinderbijslag hebben we anderhalf jaar overleefd. Maar het was een geworstel, hoor. Want de rekeningen voor huur en de ziektekostenverzekering en de energiemaatschappij bleven gewoon binnenstromen natuurlijk. En als je kind 18 wordt, valt de kinderbijslag weg.
Na anderhalf jaar kregen we hulp van een maatschappelijk werk. Die hebben voor ons gebeld en gevochten. Uiteindelijk besloot de Sociale Dienst dat ik toch recht had op een uitkering. Met terugwerkende kracht kreeg ik vijf maanden uitbetaald. Daarmee kon ik de meeste achterstanden wegwerken. Toen kwam ik in de schuldsanering terecht. Per week kregen we 100 euro, daarvan moest ik alles betalen. Toen mijn man overleden was, dacht ik dat de kosten van de begrafenis betaald konden worden van de verzekering, maar de curator leek die bij het faillissement stopgezet te hebben. Dat was toen helemaal niet tot me doorgedrongen, ik moest gewoon door in die periode.
Dankzij de hulp van een vriendin heb ik toen toch van een aantal instanties geld voor de begrafenis gekregen. In de tijd dat ik in de schulden zat, hebben vrienden me echt geholpen. Ook de kerk is een enorme steun geweest. In 2019 was ik schuldenvrij. Mijn kinderen weten dat ik in de schuldsanering zat. Ik voel me nog steeds schuldig naar hen toe: in die periode kon ik ze niets geven. Toen ik eindelijk weer kon sparen, zijn we een keer gaan winkelen voor kleding. Het gezicht van mijn kinderen zal ik nooit vergeten.”
Potjescheck
“Mensen zien me vaak lachen, maar wat ze niet zien, is dat er van binnen iets is kapotgegaan. Er zijn momenten dat ik niet meer kan, maar ik blijf doorgaan. Doordat ik nu leef van een uitkering, moet ik nog altijd op de centjes letten. Als ik iets wil kopen, spaar ik eerst. Dat hoefde vroeger nooit. Doordat ik dit zelf heb meegemaakt, weet ik nu ook hoe lastig het kan zijn voor anderen mensen. Ik doe daarom vrijwilligerswerk bij de kerk en help mensen om bijvoorbeeld de Potjescheck te doen. Daarmee kunnen ze kijken of ze recht hebben op extra toeslagen. Veel mensen laten geld liggen zonder dat ze het weten. Toen ik de Potjescheck deed, bleek ik ook een energietoeslag te krijgen, dat hielp me enorm. Zo probeer ik iets te doen voor de mensen om me heen.”