Wat je ook gedaan hebt in je leven, voor iedereen is een hoopvolle toekomst mogelijk. Sinds ze zich inzet voor gedetineerden, weet Sophia den Hartog echter wel dat dit niet vanzelf gaat: “Ze hebben mensen om zich heen nodig.”
Ze wilde heel graag iets voor haar naaste doen. Maar aanvankelijk had Sophia den Hartog geen idee welk type vrijwilligerswerk haar aansprak. “Ik bad ervoor: Here, wilt U mij maar iets geven? U weet wel wat geschikt is voor mij.” Toen ze een familielid hoorde praten over vrijwilligerswerk in de gevangenis, viel alles op zijn plek. Nu werkt ze als vrijwilliger mee aan kerkdiensten in de gevangenis in Hoogvliet in Rotterdam, en begeleidt ze kinderen die hun vader bezoeken in de gevangenis in Dordrecht. Met mensen uit haar kerk, de Gereformeerde Gemeente in Gorinchem, heeft ze ook kaarten geschreven voor gedetineerden tijdens de Paasgroetenactie van Kerk in Actie.
Praatje
Het vrijwilligerswerk in de gevangenis draait er vooral om aanwezig en beschikbaar te zijn. “Als ik de kinderen begeleid bij het bezoek aan hun vader, zitten zij aan tafel met hun vader en lees ik ondertussen een boek. Tijdens de kerkdiensten is mijn rol anders. Ik heet iedereen welkom bij binnenkomst en na de dienst schenk ik koffie en thee en maak ik praatjes met de gedetineerden. Dat vind ik het leukste om te doen.”
De gesprekken beginnen vaak eenvoudig: “Wat vond je van de dienst? Hoe gaat het met je? Ik vraag ook weleens hoe lang iemand nog moet zitten. Soms stellen mensen ook vragen aan mij: ‘Heb je kinderen?’ De een wil heel graag een praatje maken, de ander niet – ik zie snel genoeg aan de houding van iemand of ‘ie met rust gelaten wil worden of hoog in de stress zit.” Al te persoonlijke vragen stelt ze niet zomaar, ze staat daar tenslotte met veel meer mensen in een ruimte. Maar soms beginnen mensen zelf over iets persoonlijks. “Een keer zei iemand: ik ga me laten dopen. Dan vraag ik door: hoe komt dat? Ben je altijd al gelovig geweest?”
Heftig
Soms vertellen mensen haar hoe ze in de criminaliteit beland zijn. “Dan probeer ik als het ware naast hen te staan. Ik hoor regelmatig heftige en trieste verhalen. Vaak hebben gedetineerden al een moeilijk leven achter de rug. Soms realiseer ik m: als ik dit had meegemaakt, was ik misschien ook in de criminaliteit beland.” Het is altijd aftasten wat ze kan zeggen en vragen. “Ik probeer het elke keer af te stemmen op de persoon die ik tegenover me heb. Vooraf bid ik altijd of God het allemaal wil leiden. Want zelf weet ik niet wat ik allemaal ga zeggen, ik ben daar echt in afhankelijkheid van de Heere.”
Uitsluiting
Door het vrijwilligerswerk in de gevangenis is haar beeld “veel genuanceerder geworden”, zegt ze. “Natuurlijk hebben gedetineerden iets verkeerds gedaan, maar wij zijn geen haar beter.” Bovendien is het leven in de gevangenis niet makkelijk, ziet ze. “Er is veel lijden, vooral eenzaamheid en psychische problemen. Ik hoor heel vaak dat ze het zo waarderen dat wij de moeite nemen om daarnaartoe te komen. Ik had een keer stroopwafels meegenomen, die krijgen ze daar normaal gesproken niet. Daardoor kreeg ik ontzettend veel reacties, ze waardeerden dat heel erg. Voor hen is het broodnodig om zich gezien te voelen.”
Vergeving
Ze gunt de gedetineerden een hoopvolle toekomst buiten de muren. Daarvoor is wel een netwerk nodig. “Ik hoop altijd maar dat ze na de gevangenis goed terechtkomen. Maar vaak krijgen ze dan ook weer te maken met uitsluiting en wantrouwen. Als ze niemand hebben, is het risico groot dat ze terugvallen. Ze hebben mensen nodig die hen bij de hand nemen. Het zou goed zijn als er betere nazorg zou komen die hen helpt om niet terug te vallen.” Ze hoopt ook dat het Evangelie de gedetineerden raakt, dat ze tot geloof komen – “dat is pas echt een hoopvolle toekomst.” De kerkdiensten raken haar daarom elke keer diep. “Tijdens gesprekken zeg ik soms: je kunt altijd bij God terecht, wat er ook is gebeurd. Er is vergeving, een nieuwe start. Wat je ook gedaan hebt, er is liefde voor jou beschikbaar, zonder oordeel. Ik benadruk dat ze zich niet anders voor hoeven te doen. En dat ze ook zichzelf mogen vergeven.”