Erik Spoelstra: ‘Soms kan ik alleen iemands hand vasthouden’

erik spoelstra

Ieder mens is waardevol en uniek. In het ziekenhuis ervaart Erik Spoelstra dit aan het bed van een stervende: “Het maakt niet uit wat je hebt gedaan, ieder mens telt op dezelfde manier mee.”

In het Maasstadziekenhuis in Rotterdam zit Erik Spoelstra regelmatig als Waakmaatje aan het bed van iemand die op sterven ligt. Vaak gaat het om patiënten zonder familie of vrienden, of van wie de familie ver weg woont. Soms is er wel familie, maar moet die even op adem komen. De vrijwilligers geven hun beschikbaarheid aan in een app en de coördinator regelt hun inzet. “Als Waakmaatje ontlast je de familie en eigenlijk ook de zorg”, merkt Erik. Wat van belang is aan het bed, is simpelweg aanwezig zijn.

Soms komt hij als er nog familie is. Dan vindt hij het belangrijk om een rustige omgeving voor de patiënt te creëren. Dat is niet altijd eenvoudig. “In de laatste fase willen mensen graag nog iets betekenen voor hun naaste. Ze willen bijvoorbeeld eten geven, terwijl de verpleging dat juist afraadt vanwege verstikkingsgevaar. Of ze schrikken ervan als iemand het ineens heel benauwd krijgt. Dan zeg ik: ‘Zal ik de verpleging er even bij roepen?’ Een familie wil heel vaak graag controle over wat er gebeurt, maar het overlijden kun je niet plannen. Daar praat ik weleens over met mensen: dat het uiteindelijk gaat zoals het gaat. Rust is belangrijk om goed afscheid te kunnen nemen. En dat kunnen mensen maar een keer doen.”

Gelijk geschapen
Van tevoren weet hij nooit bij wie hij gaat waken en wat voor leven deze persoon heeft gehad. “Ik kom blanco binnen, zonder vooroordeel en voorkennis. Het zorgpersoneel vertelt hoogstens of iemand nog aanspreekbaar is of bezoek heeft gehad. Je weet dus niets over de medische achtergrond of de persoonlijke situatie van deze persoon.”

Dat maakt hem ook niet uit, want God heeft elk mens gelijk geschapen, dus iedereen telt op dezelfde manier mee, is zijn overtuiging. “Het maakt voor mij niet uit of iemand gelovig is of niet en wat iemand goed of fout heeft gedaan in het leven.” Geloven betekent voor hem het voorbeeld van Jezus Christus te volgen, of in elk geval de intentie te hebben om dat te doen. “Respect hebben voor alles wat leeft”, geeft hij als voorbeeld, “niet te veel waardeoordelen over anderen hebben, compassie hebben en proberen door de ogen van de ander te kijken.”

“Soms kan ik er alleen zíjn”, zegt hij. “Dan kan ik hooguit iemands hand vasthouden of over de deken strijken en zeggen dat het goed is zo. Ik weet niet altijd of iemand dat nog hoort, maar ik hoop dat mensen op dat moment kunnen loslaten wat hen nog bezighoudt. Ik oordeel nooit. Ik heb wel altijd de innerlijke wens dat iemand rust en ontferming krijgt in wat hierna komt.”

Wachten op de dood
“Anderen zeggen weleens: ik zou nooit Waakmaatje kunnen zijn.” Maar Erik heeft er geen ongemakkelijk gevoel bij. “De dood jaagt mij geen angst aan. Ik heb er al genoeg mee te maken gehad tijdens mijn leven. Misschien klinkt het gek, maar ik ben altijd dankbaar dat het me gegund is om erbij te zijn op zo’n uniek moment in iemands leven. Het is bijzonder dat ik er juist dan voor iemand kan zijn.”
Hij ervaart altijd een serene rust als hij aan het bed zit van een stervende. Ook voelt het voor hem “alsof er een soort energie of lichtinval in de kamer is die iemand met zich meebrengt. Het is heel bijzonder om dat te ervaren.”

Hij is zich er altijd van bewust: “De dood is de andere kant van de medaille van het leven. In het dagelijks leven kun je nog van alles, maar op het moment van sterven gaat het alleen nog maar om wachten. Je weet niet wanneer het gebeurt, je moet je eraan overgeven.”

Meer lezen?

Portretfoto van Raoul Koolen
“Als je dingen wilt signaleren, is het belangrijkste: ken je buren.”
Lees bericht
Dulcera poseert bij een bloemstuk
Dulcera weet hoe zwaar het is om met geldtekort te leven
Lees bericht